Mijn ouders zijn beiden niet van die gelovige types. Mijn moeder is weliswaar gedoopt maar niet echt een praktiserend katholiek. Mijn vader moet per definitie niets hebben van god & co. De enige persoon in wie hij gelooft, is hijzelf. Zo beweert hij althans. Het lag dus niet voor de hand dat mijn babyhoofd ooit een plens heilig water over zich heen zou krijgen. Dit tot groot verdriet van met name oma Teun die zo nu en dan mijn moeder subtiel laat merken dat dit toch een groot gemis is voor een kind zoals ik. Zo heeft ze onlangs een flesje met wijwater meegegeven voor het dagelijks onderhoud van mijn ziel. Het ding is raar maar waar spoorloos verdwenen.
Gods wegen zijn echter ondoorgrondelijk. Zo wil het toeval dat ik op een hervormde school terecht ben gekomen. Mijn ouders wilden mij graag op de beste school van het dorp hebben. Laat dat nu dus deze school zijn. Mijn vader was echter niet helemaal gerust op wat werd omschreven als de christelijke grondslag van de school. Tijdens het intakegesprek heeft mijn vader het schoolhoofd hierover nog nader aan de tand gevoeld. Deze verzekerde ons echter dat de school “weinig met het geloof deed”. Mijn vader was gerustgesteld.
Ten onrechte, zo bleek de afgelopen weken. Mijn klasgenootjes en ik bidden bijvoorbeeld voordat we aan de lunch beginnen. Zelf eet ik mijn boterham thuis met mijn broertje en moeder. Soms zijn zij echter pas na twaalven op school om mij af te halen en moet ik dus gewoon het Onzevader met mijn vrinden opdreunen. Dat doe ik zeer fanatiek, met gesloten ogen zodat ik alleen kan zijn met de Heer. Daarna hol ik met een noodgang naar huis.
Ter gelegenheid van het Paasfeest hebben wij op school een prachtig lied geleerd over de lente en de wederopstanding van Jezus Christus. De hele dag door breng ik het ten gehore. Ik ben inmiddels zo vol van God en Zijn Zoon dat ik mij op de meest vreemde plaatsen niet kan beheersen om het goddelijk woord te verkondigen. Zo zong ik het lied uit volle borst toen we afgelopen zaterdag in de bouwmarkt nog wat spullen voor de babykamer moesten halen. Ook tetter ik het op verzoek door de telefoon aan eenieder die het maar horen wil.
Mijn moeder heeft de grootste lol en plaagt mijn vader voortdurend met zijn gelovige zoon. Voor een atheïstische vader moet mijn gedrag toch behoorlijk provocerend zijn. Vaak doet hij het af met een grapje dat hij ook vanochtend is opgestaan, net zoals Jezus. Of hij zegt tegen mijn moeder dat het eigenlijk heel goed is dat ik “iets” van het geloof meekrijg. Hoe dan ook, mijn oma Teun is helemaal in de zevende hemel dat haar kleinzoon een anker in zijn leven heeft en geen reddeloos schaap is.
Wellicht dat ik later eens een poging onderneem om ook mijn ouders binnenboord te krijgen. Elke ziel die gered wordt, is er één. Halleluja!