Supermoeder

Een supermoeder noemen haar collega’s op het schoolplein haar. Elke dag komt ze op haar bakfiets aangereden. Eén kind op de fiets naast haar probeert ze zo goed mogelijk door het drukke verkeer heen te loodsen. Een tweede die op de loopfiets zit, dirigeert ze vanachter haar stuur over de stoep naar school toe. Achterop haar fiets stuitert een peuter op en neer in zijn zitje. In de doek op haar buik zit nog een vierde aapje dat blindelings op haar vertrouwt.

Ze is blij als ze met haar kleine schatjes na 10 minuten heelhuids op het schoolplein staat. Het is wéér gelukt! Bepakt als een ezel begint ze aan de tweede etappe van haar reis; het bereiken van de schooldeur. De kindjes stuiven uiteen, rennen gillend alle kanten op en klimmen op het speeltoestel. Ondertussen neemt ze het applaus van de andere moeders in ontvangst. Ze zijn het er allemaal over eens; niemand maar dan ook echt niemand doet het haar na.

Dan doet de juf de deuren open. De oudste twee kinderen staan vooraan als de kudde naar binnen stormt. Op het plein probeert zij de eerdergenoemde peuter naar binnen te lokken. Als die eenmaal binnen is, rent zij als een kip zonder kop rond en zoekt naar de rest van haar kroost. De oudste zit inmiddels al op zijn stoeltje; nummer twee speelt rustig in het winkeltje op de gang. Ze geeft het schoolgaande kind een kus en werpt een blik op de klok; het is haar weer gelukt!

Buiten zet ze de peuter terug in zijn zitje. Een andere peuter spreekt hem aan. Haar moeder staat nog te kletsen op het plein en heeft niets in de gaten. De peuters keuvelen er gezellig op los. Zij houdt de kleine meid in de gaten totdat de moeder tot inkeer komt en in paniek naar haar peuter rent. De supermoeder stelt de gemiddeld presterende moeder gerust; een supermoeder houdt nu eenmaal alles wat kinds is in de gaten. Geen schaap zal onder haar hoede verloren gaan.

Die supermoeder is mijn moeder zoals u inmiddels wel begrepen hebt. Die supermoeder is vandaag op haar bek gegaan. In het bijzijn van haar collega-schoolpleinmoeders; mijn moeder is mij namelijk vergeten. Althans vergeten dat mijn juffen vanmiddag studiedag hebben en ik dus vrij ben. Gelukkig is die andere supermoeder, de moeder overste van alle schoolpleinmoeders, wel aanwezig. Ik spreek haar aan. Ze pleegt een telefoontje naar mijn moeder. De buurman fietst net langs; hij biedt mij een lift aan naar huis. Naar mijn onttroonde, middelmatig presterende moeder.