Het einde van het schooljaar klopt aan de spreekwoordelijke deur. Volgend jaar ben ik geen kleuter meer. Dan mag ik in groep 3 beginnen met leren lezen, rekenen en schrijven. We starten volgend jaar in een klas van 31 kinderen. Dat zijn niet alle kleuters; een aantal van hen moet nog een jaar langer kleuteren. Gelukkig gaan mijn vier beste vrienden wel met mij mee. Een ander, nogal vervelend jongetje en twee meiden zal ik ook volgend jaar weerzien.
De enige die niet meegaat is vriendje J. Daar ben ik niet zo rouwig om. Op zich is het een alleraardigst mannetje. We spelen vaak met elkaar op het schoolplein of in de bouwhoek. Ook mijn andere vrienden kunnen het goed met hem vinden. J. zou ook makkelijk voor een groep tweeër kunnen doorgaan; hij is groot en stevig. Bovendien heeft hij net zoals wij een grote mond. Toch begint hij na de zomervakantie pas aan groep 2.
Mijn moeder begrijpt niet waarom ik niet met J. na school wil spelen. Om haar niet te kwetsen geef ik geen antwoord op haar vraag. Zij en de moeder van J. kunnen het namelijk goed met elkaar vinden. J. heeft net een broertje gekregen op mijn moeder haar verjaardag. Broertje I. en mijn zusje komen wellicht later bij elkaar in de klas. Dat schept een band. Mijn moeder houdt echter vol. Dan biecht ik op dat J. altijd boos wordt als ik weiger met hem af te spreken.
” HIj vindt Pim toch zo geweldig,” kraait de moeder van J. tegen de mijne. Dat weet mijn moeder inmiddels wel. Gisteren kwam ze mij een beker met drinken nabrengen. Die was ze vergeten mee te geven. Tot haar verbazing zag ze een tas liggen van de gele winkel. Toen begon ze aan zichzelf te twijfelen. Eergisteren had ze mij ook zo’n exemplaar meegegeven omdat mijn tas nat was. Nu lag er eenzelfde tas. Aangezien ik eentje had, wilde J. per se ook eentje, vertelt de moeder van J.
Op de laatst dag van het schooljaar stap ik over mijn schaduw heen. Na school rijd ik met J. mee. We eten lekkere boterhammen met hagelslag en pindakaas bij hem thuis. We spelen in de enorme zandbak buiten. Gillend rennen we achter elkaar, rondjes om hun enorme huis heen. We hebben plezier voor tien en ook nog een klein beetje energie over om nog even op de enorme trampoline op en neer te gaan. Het is een leuke middag. Ook in de wetenschap dat het nooit meer hoeft!