De zomervakantie is weer in aantocht. Mijn ouders laten hun gedachten gaan over een zinvolle invulling van al die vrije dagen. Twee weken verblijven we in het zonnige Zuiden. Dan rest ons nog tweemaal diezelfde tijdspanne. Mijn moeder oppert dat het misschien leuk is om een paar dagen bij familie te logeren. Ik kijk haar aan alsof ik water zie branden. Het lijkt mij een beter plan om mijn broertjes en zusje elders onder te brengen. Dan pas krijg ik de rust die ik zo nodig heb.
De dagen op school lijken soms een eeuwigheid te duren. Mijn moeder informeert na afloop of ik nog een speelafspraak wil maken. Ik zucht eens diep. Zojuist heb ik vriendje J. al afgewezen. Ik heb nu dringend even tijd voor mezelf nodig. Thuis hap ik snel een snoepje weg. Dan zet ik de televisie aan. Mijn broertjes en zusje spelen samen buiten met het water uit de regenton. Zo te horen hebben ze waanzinnig veel lol. Mijn moeder vraagt of ik mee wil doen. Ook haar moet ik teleurstellen.
In het weekend wil ik graag bijkomen van de dagelijkse sleur. Mijn moeder staat echter klaar met de boodschappentas. Het lijkt haar leuk om naar het centrum te fietsen. Mokkend hijs ik mezelf van de bank. Eigenlijk wil ik helemaal niet naar buiten. Laat staan dat ik nog moet bewegen ook. Noor en Bas zitten al in de bakfiets te wachten. Guus duwt uit ongeduld met zijn fiets tegen de poort. Ik race met hem over straat richting de winkels. Eenmaal thuis lig ik als een zoutzak op de bank.
Mijn moeder zit dus overduidelijk met een probleem. Ze heeft namelijk drie zeer ondernemende kinderen. Alleen ik wil geen uitstapjes doen of aan andersoortige activiteiten deelnemen. Gelukkig zit mijn moeder nooit om goed advies verlegen dankzij het internet. Ze leest veel verhalen over soortgelijke gevallen. Belangstellend kom ik bij haar en de laptop staan. Liefdevol aait ze me over de bol. Dan spreekt ze de verlossende woorden; ” Pim, jij bent een binnenkind.”
Eindelijk is het dan vakantie. Buiten schijnt de zon. Mijn broertjes springen op de trampoline en mijn zusje verkoopt ijsje in haar salon. Mijn moeder stelt voor om naar de speeltuin te gaan. Ik vlucht naar mijn kamer. Even later staat mijn moeder voor de deur en informeert naar mijn plotselinge vertrek. Ik laat haar weten dat ik geen zin heb in een uitstapje. Verbaasd vraagt mijn moeder naar de reden hiervan. Naar eer en geweten antwoord ik: ” ik ben een binnenkind.”