Inmiddels zijn we alweer een tijdje terug in het oude vertrouwde, regenachtige Nederland. Van dertig graden in zonnig Toscane stonden we na twee weken weer op het perron van Hauptbahnhof Dusseldorf, in de drup bij een temperatuur die er niet om loog. Veertien hele graden!
Een eeuwigheid geleden waren we vanaf datzelfde perron met de autotrein naar Verona vertrokken. Een heel avontuur! Voor mij en mijn ouders. Die zijn er inmiddels achter dat de tijd van lekker spontaan uitstapjes maken, rondtoeren en uit eten gaan, nu toch echt wel definitief tot het verleden behoort. Ikzelf hou namelijk niet zo van lang stilzitten in een restaurant en het bekijken van oude gebouwen in een stikhete stad is al helemaal niet aan mij besteed. Ik wil lopen, overal op- en afklimmen en alles aanraken. Kortom, ik wil, ik wil…….mijn zin!
De treinreis vond ik wel weer gaaf. Het duurde wel even voordat papa de auto op de aanhanger van de trein mocht rijden. Ik heb die tijd echter nuttig besteed door mijn beste beentje voor te zetten bij het personeel van Deutsche Bahn. Even het kantoortje binnenwandelen, handje geven, beleefd zwaaien. Daar waren de heren wel gevoelig voor. Mijn papa mocht namelijk als eerste oprijden. Zo konden we niet alleen snel naar de trein; we waren ook nog eens de eersten die in Verona weg konden rijden richting ons vakantieadres.
In de trein sliep ik samen met mama in een soort van stapelbed. Papa lag in het bed boven ons al vrij snel als een tevreden kat te spinnen. En ik……ik had de ontdekking van de eeuw gedaan; de lichtschakelaar. Jongens, jongens…..wat een pret heb ik gehad. Aan, uit, aan, uit. Urenlang totdat ik in slaap viel……..