De eerste dagen op de kleuterschool zijn niet zo’n succes. Ik vind het moeilijk om afscheid te nemen van mijn moeder en broertje. Het is druk in de klas. Heel veel ouders blijven met elkaar staan praten. Ondertussen stuiteren de kleuters en hun broertjes en zusjes door de klas. De juf heeft schijnbaar moeite iedereen naar huis te dirigeren. Ik ren mijn moeder een aantal malen achterna en smeek haar om een laatste kus en knuffel. Ik wil eigenlijk niets liever dan dat ze me weer mee terug neemt.
Na een kleine maand komt D. voor de eerste keer naar school. Ook hij heeft moeite met het lawaai dat 26 kleuters samen produceren. We hebben beide behoefte aan structuur en rust. Het gebrek eraan in de kleuterklas nekt ons. Mijn vriend heeft de neiging om in tranen uit te barsten en begint vaak te schreeuwen. Ik daarentegen trek me in mijn eigen wereldje terug. Ondanks dit verschil zijn we elkaar tot grote steun. In onze vrije uren zijn we dan ook vaak in elkaars gezelschap te vinden.
Na de zomervakantie gaan we officieel over naar groep 1. Drie jongens staan dan aan het begin van hun schoolcarrière. We hebben al snel een klik met elkaar. Samen met J., S., en L. maken D. en ik het schoolplein onveilig. Op elkaars verjaardagen zijn we stamgasten. Ook na schooltijd gaan we veel met elkaar om. Behalve ik; na school heb ik helaas vaak geen energie meer om te spelen met mijn maatjes. Dat vormt geen enkel probleem. Ik hoor gewoon onvoorwaardelijk bij deze club van vijf.
Samen met de twee andere groepen 2 vormen wij na de zomervakantie groep 3. We kennen elkaar natuurlijk al van het schoolplein. De eerste weken doen we leuke activiteiten om elkaar nog beter te leren kennen. Al snel hebben bijvoorbeeld de voetballers een klik met elkaar. Ik zelf krijg een steeds leuker contact met een jongen uit mijn vroegere kleuterklas. Beide zijn we alles behalve branieschoppers. Eenmaal in de week spelen we samen met onze omvangrijke lego-collectie.
Deze maand viert L. zijn verjaardag. Zijn moeder deelt uitnodigingen voor het feest uit op het schoolplein. Ik wacht geduldig op gepaste afstand van haar. Langzaam slinkt de stapel in haar hand. De mijne blijft leeg. Mijn moeder voelt de tranen die achter mijn ogen prikken en slaat troostend een arm om mij heen. Ik ben al een grote jongen en laat haar weten dat het goed zo is. We zijn alle vijf nieuwe wegen ingeslagen en nieuwe vriendschappen aangegaan. De club van vijf is niet meer.