Huwelijkse zegen

Sinds mensenheugenis bevraag ik mijn moeder over onze tegenwoordig niet zo uitzonderlijke maar toch bijzondere familiaire samenstelling. Naar eer en geweten beantwoordt ze mijn vragen. Ze windt er bepaald geen doekjes om; wie elkaar niet meer leuk vindt, woont niet meer samen onder een dak. Haar papa woont zelfs in een ander land dan haar mama. Ik troost mijn moeder dat het wel weer goed komt. Mijn opa en oma komen immers sinds kort samen in een auto naar ons toe.

Meer moeite heb ik met het losbandige bestaan van mijn ouders. Als klein mannetje stel ik vast dat mijn moeder van een totaal ander soort mens is. Ze draagt namelijk niet dezelfde familienaam als mijn vader en ik. Of die van mijn broertjes en zusje. Lange tijd lijkt een verandering in die situatie niet voor de hand liggend. Toch maak ik zo af en toe een toespeling op een echtelijke verbintenis. Zeker sinds de ouders van mijn buurjongen na 11 jaar deze zomer in de echt worden verbonden.

Eind augustus gaat mijn vader toch op zijn knieën. Althans, hij stuurt Guus en mij om het werkje voor hem op te knappen. Over de wangen van mijn moeder biggelen dikke tranen. Ik ben euforisch; binnenkort vieren wij een groot feest. Of toch niet. Mijn moeder vindt het een goed idee om te wachten tot mijn zusje als bruidsmeisje kan fungeren. Tot mijn groot ongenoegen kan ze mij niet precies zeggen wanneer die dag komt. Zuchtend bekijk ik met mijn moeder de laatste bruidsmode.

Deze avond ligt mijn moeder naast mijn bed. Ik zou graag in het hare willen liggen. Normaal gesproken mag dat ook in het weekend. Niet vanavond. Mijn moeder wil tijd met mijn vader doorbrengen. Dat betekent dat ze televisie kijken met een grote schaal chips op schoot, concludeer ik. De glimlach op haar gezicht spreekt echter boekdelen. Ze wil duidelijk met mijn vader knuffelen. Nu wordt het me te gortig. Ik stort een tirade aan boze woorden over mijn moeder heen.

Mijn moeder probeert haar hachje te redden door mijn klacht te bagatelliseren. Mijn broertjes en zusje zijn immers ook in zonde geboren. Dan barst ik in tranen uit. Mijn moeder gooit het over een andere boeg door het aantal buitenechtelijke klasgenootjes te tellen. Ver komt ze echter niet. Ik ben meer uitzondering dan regel. Ze ziet haar ongelijk in. Helaas kan ze nu mijn leed niet verzachten. Binnenkort geven ze elkaar dus het ja-woord. De zegen van deze bastard hebben ze in ieder geval.