Vrij zijn

” Het is een beetje teveel van het goede”, meent mijn vader. Bij het Maaspodium in Rotterdam zoekt men nog een aantal jongeren tussen 8 en 25 jaar om mee te spelen in het spektakel Theater na de Dam. Op het programma staan een aantal bijeenkomsten, een tiental repetitiedagen en het daadwerkelijk optreden op 4 en 5 mei. Mijn moeder ziet daarentegen alleen maar voordelen; ik leer iets over onze nationale geschiedenis en ik lig niet de hele meivakantie voor de televisie.

Ik zelf sta niet bepaald te springen om naar de kennismakingsbijeenkomst te gaan. Met lichte tegenzin volg ik mijn begeleidster de zaal in. In de huiskamer van het theater wacht mijn moeder samen met Guus op mij. Aan het einde van de middag kom ik met rode wangen en oren naar hun toe. Ik vind dit zo ontzettend gaaf! Van alle deelnemers ben ik verreweg de jongste en ik word werkelijk door iedereen in de watten gelegd. Helaas moet ik nog even wachten op de volgende bijeenkomst.

Begin maart ontmoeten we een aantal mensen die kind waren in de Tweede Wereldoorlog. Ze vertellen ons over het leven toen. Ik kan me niets voorstellen bij het leed. De crew van Theater na de Dam gaat aan de slag om een mooi samenhangend en eigentijds verhaal te maken. Tijdens een landelijke bijeenkomst in Amsterdam volg ik samen met jongeren uit andere deelnemende steden workshops over de oorlog en train ik mijn acteerkunsten. Ik ben uitgeput maar zielsgelukkig.

Tijdens mijn vakantiedagen wijd ik me aan het repeteren. We praten tussen de bedrijven door veel over de oorlog en hoe het moet zijn geweest om niet vrij te zijn. Veel zegt het me niet; ik kan en mag elke dag naar school, heb elke dag eten op tafel en mag met iedereen spelen en lol hebben. Blijkbaar is dat dus niet altijd vanzelfsprekend. Nu zijn er heus genoeg conflicten in de wereld. Dat kan ik zelf regelmatig zien in het Jeugdjournaal. Toch blijft het een ver-van-mijn bedshow.