Sinds ik de kleuterschool bezoek, is er een wereld voor mij opengegaan. Ik leer daar goede dingen maar ook dingen waar mijn ouders niet bijzonder vrolijk van worden. Mijn woordenschat heeft zich bijvoorbeeld de laatste maanden enorm uitgebreid, vooral met niet zo’n erg fraaie woorden. Om maar eens een eufemisme te gebruiken. Verder ben ik heel brutaal. Nee, ik peins er niet over om mij zo te gedragen waar vreemden bij zijn. Tegen mijn ouders heb ik echter een grote mond. Zo ook vanavond. Van mijn papa mag ik geen derde broodje meer; ik moet een “gewone” boterham nemen. Dat zint me niet. Als hij me dan ook nog vertelt dat hij me zo naar bed gaat brengen, is het helemaal feest. ” Ik vind jou stom”, deel ik hem mede. Dan mag ik voor een periode van vier minuten plaats nemen op de beruchte stip. Nauwelijks is mijn straf voorbij, of ik ga alweer de fout in. Mijn moeder noem ik een sufkop. Weer zit ik op de stip. ” sufkop, sufkop”, zing ik vanaf mijn strafplek. Mijn moeder is heel erg boos. Mijn vader brengt me vervolgens naar mijn kamer. Daar zit ik nu, moederziel alleen: erg stom van mezelf!