Vandaag zijn we naar het ziekenhuis hier in Baarn geweest. We hadden daar een afspraak met de KNO arts. Gelukkig hoefde mijn moeder niet uit te leggen wat de reden van ons bezoek was. De goede dokter zag meteen dat ik last van mijn amandelen heb. Ik loop namelijk continue met mijn mond een beetje open. Mama dacht dat dat gewoon een familietrekje was. Geen wonder als je je realiseert dat iedereen daar nog zijn amandelen heeft. De diagnose van de dokter was onverbiddelijk; mijn neusamandel en keelamandelen moeten geknipt worden. Alles wijst erop dat ik daarna geen last meer zal hebben van een aantal ongemakken zoals snurken (vooral een ongemak voor anderen) en geen zin om te eten (zou het zo eenvoudig zijn?).
De agenda’s werden meteen getrokken; 11 juni is de grote dag des onheils. Gelukkig word ik al heel vroeg geholpen. Ik mag mijn koffertje pakken en meenemen. Flappy mag mee, net zoals papa en mama. Na de ingreep krijg ik heel veel ijs, is mij beloofd. Guus gaat een paar nachten logeren zodat ik alle aandacht van mijn vader en moeder heb. Klinkt eigenlijk heel mooi. Je vraagt je toch bijna af waar het addertje onder het gras zit?