” Beestjes?”, echoet mijn moeder twijfeld door de telefoon. ” Jazeker, Pim heeft luizen”, bevestigt de secretaresse van mijn school. Of mijn moeder mij stante pede wil komen ophalen. Dat moet dan maar. In allerijl alameert mijn moeder kennis èn luizenmoeder èn kapster M. Mijn broertjes hebben dikke pech; Guus kan niet verder met zijn treintjes spelen en Bas moet nog even wachten met zijn slaapje. Mijn moeder zet ze zonder jas of schoenen in de bakfiets en trapt zo snel ze kan richting mijn school. Daar sta ik bij het hek te wachten. Vol ongeloof inspecteert mijn moeder mijn hoofd. Tot dan toe is ze nog in de overtuiging dat de luizenmoeders zich vergist hebben. Niets is minder waar. Het krioelt van de beestjes op mijn hoofd. Mijn juf kijkt mijn moeder vol medelijden aan. ” Kind” , zegt ze, terwijl ze naar mijn broertjes in de bakfiets wijst, ” jij krijgt het er nog druk mee!”
Zodra we de Oosterstraat in fietsen, zien we M. met haar jongste zoontje al voor onze voordeur staan. Ze is zo vrij geweest bij de drogist inkopen te doen om deze crisis te bezweren; een luizenkam, een spulletje tegen luizen en stinkende tea tree oil. Mijn moeder zet een kop koffie voor haar. M. inspecteert intussen mijn hoofd en legt het plan de campagne aan ons uit. Ik moet eerst mijn kleren uittrekken. Die moet mijn moeder vervolgens in een plastic zak doen, deze dichtknopen en minimaal 2 etmalen buiten laten liggen. Hetzelfde moet met mijn knuffels, beddegoed en handdoek gebeuren. Vervoglens smeert M. mijn hoofd in met het spulletje. Het moet een kwartiertje intrekken. Dan neemt ze Guus onder handen. Bas ligt ondertussen half te slapen in de box. Gelukkig heeft hij geen last van beestjes en mag hij -onbehandeld- naar boven vertrekken.
In de badkuip spoelt mijn moeder de haren van Guus en mij uit. Het huilen staat haar duidelijk nader dan het lachen. Ze is niet zo’n held met kleine beestjes, weet u. Ze is een groot dierenvriend zolang het om dieren gaat die in een kooitje passen of aan een lijn lopen. Van de huidige bewoners van mijn hoofd gruwt ze. Ze droogt ons af en kleedt ons in een jogging en T-shirt. De gebruikte handdoeken verdwijnen meteen in de wasmachine. Op 90 graden! Dan kunnen we weer naar beneden. Volgens M. is het nu tijd voor het kamritueel. Ze geeft mijn moeder instructies. Beter nog, adviseert ze mijn moeder, is het om met haar nagels de dode luizen één voor één uit onze haren te trekken. Na nog een paar tips vertrekt M. naar huis.
Mijn moeder zet een filmpje op en installeert ons op de bank. We krijgen een beker melk & fruit te drinken en een koekje om aan te knabbelen. Drie lange uren vlooit mijn moeder door ons haar. Het witte vel naast haar ligt vol met zwarte puntjes; de dode luizen. Ik onderga het hele ritueel gelaten. Zolang ze mij niet stoort bij het televisie kijken, krijgt ze van mij geen tegenwerking. Guus daarentegen heeft duidelijk geen zin in het getrek aan zijn haar. Dat laat hij dan ook merken. Mijn moeder smeekt hem wanhopig om stil te blijven zitten. Dan gaat de bel. Oma Joke is gekomen om Bas op te halen. Mijn moeder heeft nog een aantal uur nodig om ons luizenvrij te krijgen. Ze smeert ons een boterham die we -wederom- voor de televisie nuttigen. Om vijf uur ’s middags is mijn moeder klaar. Ze heeft alleen zelf onwijze last van jeuk op haar hoofd.