Zoals gewoonlijk zit ik aardig de sfeer tijdens het avondeten te verpesten. Ik heb net een paar slierten spaghetti op en ik vind dat ik daarom recht heb op een toetje. Dat is de afspraak: ik eet mee en krijg een toetje. Mijn moeder koopt echter nog maar zelden toetjes omdat ik maar zelden eet. Ook vandaag is de ijskast leeg. Ik kan wel een kuipje met appelmoes krijgen. Dat wil ik niet en ik zet een keel op. Mijn vader wordt boos en stuurt me van tafel. Vervolgens moet ik ook nog naar bed. Niet omdat ik straf heb maar omdat het nu eenmaal bedtijd is. Ik word helemaal hysterisch.
Bovengekomen wast mijn moeder mijn snoet en handen en poetst mijn tanden. Op mijn kamer kleedt ze me om. Verdrietig vertrouw ik haar toe:” papa is niet lief voor mij; hij is niet meer mijn beste vriend.”