Kennelijk was deze week niet echt mijn week. Ik kan al sinds een dikke maand prima op mijn kont zitten. Ook het schuiven op mijn achterste gaat prima. In al mijn enthousiasme probeer ik nu aan al deze vaardigheden nog een derde toe te voegen: dingen grijpen die nét niet binnen handbereik liggen. Gevolg was dat ik aan het begin van de week al een tweetal keren vol op mijn gezicht ben gevallen. Dat leverde telkens weer een behoorlijk bloedbad op. En ik brullen natuurlijk!
Het vallen beperkte zich helaas niet tot onze huiskamervloer. Op het kinderdagverblijf viel ik tot twee keer toe voorover. De eerste keer spatte het bloed uit mijn mond en de tweede keer hield ik er ook nog een lelijke blauwe plek op mijn voorhoofd aan over.
De kroon op mijn slechte week moest echter nog komen. Afgelopen dinsdag zat ik thuis op het, overigens ironisch genoeg, bloedrode vloerkleed te spelen. Om de een of andere duistere reden ontmoette mijn gezicht wederom de keiharde vloer. Dit keer was het echt serieus. Mijn papa zag meteen dat er iets niet klopte in mijn mond. Snel werd ik in de autostoel gehesen en met een noodtempo zijn we naar het ziekenhuis in Baarn gereden. Mijn mama hing nog net niet uit het raam om tatutatuuuuu te roepen.
De dokter in het ziekenhuis nam met een klein lampje de schade in mijn mond op: een opengebarsten lip en een gescheurd lipriempje. “Que” denkt u nu waarschijnlijk. Nu, dat is het kleine lelletje tussen het tandvlees en de lip in. Mijn onderste voortanden hadden het lelletje lelijk te grazen genomen. Niks aan te doen. Wond goed schoonhouden en voorlopig niet meer rechtop zitten op de vloer, was het advies. De wond aan de lip groeit weer vanzelf dicht.
Thuisgekomen kreeg ik als pleister op de wonde een lekker koekje. Ik was het hele voorval al vergeten, maar dat hoeven mijn ouders natuurlijk niet te weten!