Grote jongen

Het is vrijdagochtend. Guus en ik spelen in de woonkamer met de trein. Mijn moeder staat onder de douche. Mijn vader verzorgt de ontbijttafel. Hij vraagt mij of ik zin heb om te helpen. Dat heb ik niet. Hij begrijpt het en concludeert hardop dat hij het dan maar alleen moet doen. Ik steek hem een hart onder de riem met de woorden: ” dat kan je wel. Je bent een grote jongen.”