Het is zondagochtend. Mijn zwemles begint over ruim 2 uur. Eigenlijk heb ik nooit echt zin om te gaan maar ik moet natuurlijk wel leren zwemmen. Vandaag voelt mijn hoofdje een beetje warm aan. Mijn vader besluit dat ik thuisblijf. Gelukkig. Nu moet hij wel natuurlijk mijn lerares Barbara afbellen. Met de telefoon in mijn hand loop ik achter hem aan; hij moet nu toch echt gaan bellen. Dat doet hij na het ontbijt, zo belooft hij. Vervolgens eet ik vrolijk mijn croissant op; ik lach en maak grapjes. Mijn vader merkt op dat ik toch niet zo ziek ben blijkbaar. Dan moet ik ontzettend niezen. “Zie je wel dat ik ziek ben”, zeg ik met een grote glimlach op mijn gezicht.