Mijn zusje krijgt buisjes in haar oren. Mijn moeder moet daarom een ochtendje met haar naar het ziekenhuis. Dat is een probleem; Guus en ik hebben vakantie. Mijn opa uit België helpt mijn moeder uit de brand. We mogen een paar dagen bij hem logeren. In eerste instantie ben ik razend enthousiast. Uit de verhalen van mijn broers begrijp ik dat mijn opa tijdens zo’n langdurig verblijf diverse leuke activiteiten en heel veel lekkernijen aanbiedt. Dat wil ik ook wel.
Een paar dagen voor de vertrekdatum bedenk ik me; ik wil niet weg. Uit onmacht val ik tegen mijn moeder uit. Ze begrijpt gelukkig meteen wat mijn beweegredenen zijn. Dat verandert de zaak echter niet. Noor zal de dagen na de operatie veel rust nodig hebben. Bovendien verheugt mijn opa zich op mijn komst. Op zondag komt hij ons als een heuse taxichauffeur ophalen. Dikke tranen stromen over mijn wangen als ik mijn ouders en zusje in de verte zie verdwijnen.
De eerste 48 uur amuseer ik mij zowaar, meld ik mijn moeder per telefoon. Mijn opa heeft inderdaad veel leuke uitjes in de planning staan. Haar kromme tenen ontspannen zich een beetje. Toch gaat het daarna mis. Het lukt mijn opa niet meer mij tot rede te brengen; ik wil nu echt naar huis. Hij belt mijn moeder ten einde raad op. Telefonisch krijg ik geestelijke bijstand van haar; ik moet nog één dag en één nacht volhouden. Dan komt ze me ophalen. Ik beloof mijn best te doen.
Mijn moeder ziet meteen de enorme schade die de heimwee bij mij heeft aangericht. Ik heb een lijkbleek koppie en mijn normaal zo sprankelende oogjes zien dof uit. Ze geeft me een dikke knuffel. Ik kruip dicht tegen haar aan. Mijn broertjes vertellen enthousiast over de afgelopen dagen. Naar huis willen ze nog lang niet. Zoveel is duidelijk. Toch besluit mijn moeder haar plan om de komende week in het Zuiden te blijven, in de ijskast te zetten. Mijn welzijn is er niet mee gebaat.
Diezelfde middag zijn we op weg naar huis. Guus ligt al vanaf vertrek te snurken. Ik zit voorin met een emmer op mijn schoot. Daarin zit de inhoud van mijn maag. Noor moppert vanwege de extra lange reistijd vandaag. Mijn jongste broer is helemaal overstuur. Mijn moeder masseert ondertussen zijn voet. Dat kalmeert Bas enigszins. Op de verkeersborden zie ik Amsterdam staan. Opeens ben ik vrolijk en heb ik praatjes. Ik weet als geen ander dat we nu de enig goede kant opgaan; naar huis!