Drie amandelen armer, één traumatische ervaring rijker. En dan te bedenken dat ik me als een mak schaap heb laten meevoeren naar de slachtbank. Soms kan ik mezelf wel………ehrrrr.
Maandagochtend werd ik in alle vroegte van mijn bed gelicht. Mijn broertje was allang wakker en had een lekker bordje pap verorberd. Gelukkig maar, want ik mocht natuurlijk niets eten. Dat heb ik toch nog even bij mijn vader gemeld, voor de zekerheid. Een half uur later zat iedereen gewassen en gestreken in de auto. Eerst Guus maar afleveren bij het kinderdagverblijf. Hoewel ik zelf zó ontzettend graag daar speel, lonkte toch het grote avontuur in het ziekenhuis. Mijn broer redt zich ook prima zonder mij.
Ik was zwaar onder de indruk; een heel groot bed èn TV. Thuis is dat voorrecht alleen aan mijn ouders voorbehouden. En daar ben ik lang niet altijd van harte welkom om ’s ochtends in alle vroegte naar Kabouter Plop of Bumba te kijken. Koptelefoontje op, van mij had niemand last. Vandaar dat ik ook de uitleg van de zuster heb gemist; ik ga slapen en ik word met pijn in mijn keel wakker. Redelijk cruciale informatie, bleek achteraf. Ik kreeg een spuuglelijk pyjamashirt aan. Nu was het wachten op het moment dat de dokter aan de slag zou gaan met mij en die andere 6 arme, onwetende schapen. Binnen een uur had hij ons allemaal onder handen genomen.
Mijn moeder dacht zeker dat we naar een thema-feest gingen. In het blauwe pak dat ze had aangetrokken, zag ze uit als Grote Smurf. De zuster Smurf kwam ons rond half negen halen. Papa heb ik nog een laatste kus gegeven voordat de stoet richting operatiezaal vertrok. Daar bleken nog meer smurfen rond te lopen. Mama mocht mij op de tafel hijsen, samen met mijn Flappies en mijn speen. Al snel werd het beruchte kapje op mijn mond en neus gezet; tijd om te gaan slapen dus. Ik was ijzig kalm, maar mijn mama zag wel dat ik het ondertussen bestierf van de angst. Ik werd al snel slaperig maar voor mijn moeder zal die ene minuut wel de langste van haar leven zijn geweest.
Amper tien minuten later was ik alweer wakker. Schreeuwend en huilend, welteverstaan. Bloed stroomde uit mijn oren en neus; de kleur van mijn pyjama was van groezelig wit in helderrood veranderd. Het was echt een nachtmerrie!
De rest van de ochtend en vroege middag heb ik bij papa en mama op schoot gezeten. Iets anders wilde ik toch niet doen. De zuster van de nieuwe ploeg vond dat ik maar moest gaan spelen. Dan was ik het hele voorval vast snel vergeten. En stelt u zich een voor, ik moest ook nog van haar drinken. En niet zo’n klein beetje. Als ik het niet zelf niet deed, vulde ze een grote spuit met water die ze zonder pardon in mijn mond leegspoot. Ze houden er in dit ziekenhuis wel erg Spartaanse methodes op na. Haar smerige perenijsjes wilde ik ook niet. Een zeer goedkope truc om me veel te laten slikken!
De dagen na de operatie was het vooral hangen en huilen. Af en toe sliep ik ook nog een paar uurtjes tussendoor. Voor de rest heb ik alleen maar TV gekeken. Elk nadeel heb z’n voordeel, zei ooit een levende voetballegende. Ik kan hem geen ongelijk geven, hoewel ik het voor geen goud zou willen overdoen. Gelukkig kan dat ook niet meer. Het is nu afwachten of ik duidelijker ga praten, minder hard zal snurken of misschien wel zelfs warm ga eten ’s avonds. Vooralsnog heeft het hele gebeuren een ongunstig neveneffect gehad; mijn ouders zitten nu met een kind dat niet wil eten èn niet wil drinken!
Driemaal hoera in de gloria!