Dit is niet echt een mijlpaal waar ik trots op ben; ik heb vandaag de eerste stappen op het criminele pad gezet. Vanochtend ben ik met mijn moeder en broertje Bas boodschappen gaan doen in het dorp. Bij een grote drogisterij mag ik zoals elke week een zak snoep samenstellen uit de schepbakken. Mijn moeder betaalt netjes bij de caissière. Afijn, niks aan het handje. We lopen verder het dorp in. Onderweg stoppen we nog bij de bakker, de groenteboer en de supermarkt. Aan de wandelwagen hangen inmiddels een flink aantal plastic tassen. Hoewel mijn moeder het zat is, besluit ze nog even door te lopen om muesli voor mijn vader te halen. In de winkel rekent ze af. Buitengekomen wil ze de zak muesli in de boodschappentas onder de kinderwagen leggen. Haar hand vindt een doosje dat daar niet thuishoort. Het zijn de multivitaminen voor kinderen, die ze in het verleden altijd voor mij kocht. Nu ik weer een beetje normaal eet, vindt ze het niet nodig deze nog in huis te hebben. Verschrikt vraagt ze aan mij of ik die daar heb gelegd. Ik bevestig haar angstig vermoeden. Dan wordt ze boos; ik krijg een felle preek en moet het pakje terugbrengen naar de winkel. Dat wil ik niet. Toch moet ik gaan. Aangekomen bij de winkel, spreekt mijn moeder de kassajuffrouw aan. Ze doet het hele verhaal uit de doeken. Ondertussen verstop ik me onder haar jas zodat de dame in kwestie mij niet kan zien. Mijn moeder gebiedt mij onder haar jas uit te komen en mijn excuses aan te bieden. Dat doe ik niet. Dan keren we allebei boos naar huis terug; mijn moeder omdat ik gestolen heb en ik omdat ik mijn “verstandige” snoepjes kwijt ben.