Zo’n kleine vijf jaar geleden hield ik er plotseling mee op; het nuttigen van de avondmaaltijd. Van de een op de andere dag was het gedaan met mijn eetlust. Voorheen at ik maar al te graag een hapje met mijn ouders mee. Het maakte me niet uit wat het was. Ik wilde precies hetzelfde als mijn ouders eten en het mocht zekers niet uit een potje komen. Vooral de wereldgerechten van een welbekend merk vond ik erg lekker. Als donderslag bij heldere hemel was dat opeens voorbij. Zonder enige aanleiding, weigerde ik nog gezellig mee te doen ’s avonds. Uit pure wanhoop gaven mijn ouders mij toen maar nog een bordje (avond)pap. Daarmee dit Michelin mannetje maar iets binnen kreeg.
In de daaropvolgende jaren trokken mijn ouders alle registers open om mij weer aan het avondeten te krijgen. Een kinderpsycholoog, een medewerkster van Bureau Jeugdzorg en een haptonoom werden uit de hoge hoed getoverd. Allemaal kwamen ze gezellig langs om mij te observeren. Niemand die een aannemelijke theorie had waarom ik het besluit had genomen niet meer te eten. Adviezen waren er daarentegen in overvloed. Avondeten in aanwezigheid van andere kinderen, beloningskaarten, cadeautjes, leuk servies; geen middel schuwden mijn ouders om mij weer in het gareel te krijgen. Het mocht allemaal niet baten. Ik raakte het met geen vinger aan. Mijn ouders zaten met hun handen in het haar.
Al snel kreeg ik in de gaten dat ik een machtig wapen in handen had gekregen. Mijn ouders wilden zo graag dat ik weer ging eten dat ze bereid waren ver te gaan. De lokkertjes om te eten werden steeds groter; van kleine toetjes met smarties tot grote cadeau’s. Dat was echter niet echt interessant. Leuker vond ik het om mijn ouders het avondeten te vergallen. Huilend sprong ik op en neer op mijn stoel, smeet ik met mijn eten en weerhield ik mijn kleinere broertje ook van het eten. Guus vond mijn optreden tijdens het avondeten al snel interessanter dan zijn eigen bordje. Ook bij mijn opa’s en oma’s deed ik mijn kunstje. Niemand die nog graag met mij dineerde. Alleen als er patat met frikandel of pannenkoeken op het menu stond, was ik een aangename tafelheer.
Niets van dit alles meer. Ik probeer sinds een paar weken elke avond iets nieuws; erwtjes, broccoli, komkommer, visticks, bloemkool. Noem het maar op, ik heb het onderhand wel een keer geprobeerd. Mijn ouders zijn wederom geslagen. Ze hebben geen idee wat deze radicale verandering tot stand heeft gebracht. Dat lijkt me ook niet zo relevant. Ik eet elke avond een klein hapje mee en geniet daarna van mijn welverdiende ijsje met slagroom. Dat vind ik echt heerlijk. Alleen jammer dat Guus nu zo’n stennis gemaakt tijdens het avondeten. Daar zouden mijn ouders eens wat aan moeten doen.