What’s in a name?

Pas sinds een paar weken ga ik elke ochtend naar de grote school. Hoewel ik zelf nog niet helemaal gewend was aan mijn nieuwe omgeving, leken mijn klasgenootjes wel meteen helemaal vertrouwd te zijn met het fenomeen Pim Everts. Overal op straat werd ik herkend en begroet. Nu wist ik alleen nooit wie de persoon in kwestie was. Dat vroeg ik dan aan mijn moeder. Die doet altijd alsof ze alles weet. Ze valt daarbij wel vaak lelijk door de mand, kan ik zeggen. Zo fietste mijn moeder onlangs met mijn broertje en mij naar school. Overigens heeft mijn moeder met de bakfiets en een dikke buik het tempo van een hoogbejaarde slak en worden we daarom links en rechts ingehaald door andere fietsende ouders. Een andere mama kwam voorbij racen met een jongetje achterop. Hij riep: ” hallo, Pim.” Toen heb ik mijn moeder gevraagd wie dat was. En ze wist het toch niet….

Dat komt helaas wel eens vaker voor. Mijn vader brengt mij altijd op vrijdagochtend naar school. Dat vind ik echt supergaaf. Ik kijk uit naar het einde van de ochtend. Dan komt hij mij ophalen en lopen we samen naar huis. Soms stoppen we bij de bakker om lekkere broodjes te kopen. Thuisgekomen kan ik meteen aanschuiven voor de lunch. Mijn moeder vraagt me dan hoe mijn dag was. Ik ben echter heel kort van stof over de gebeurtenissen van die ochtend. Mijn vader stimuleert me door dan te vragen naast wie ik in de kring heb gezeten. Gewoon om te checken of ik al enkele namen kan onthouden. Dan wend ik me tot mijn moeder en vraag het haar. En dan weet ze het toch niet……

Gelukkig ken ik inmiddels toch al een aantal kindjes bij naam. Zoals de mooiste dames in mijn klas: Julia en de twee Anna’s. Ook de naam Daniel heb ik onder de knie. Dat jongetje is na mij de allernieuwste aanwinst van onze klas. Elke ochtend kijk ik of zijn jasje aan de kapstok hangt. Dat meld ik dan even aan mijn moeder of vader. Met Sam kan ik altijd smakelijk lachen. Vooral om mijn broertje. Die gaat dan op de stoel van de juf met de staart zitten. Dat is trouwens de mama van Sam. We maken dan grapjes over hoe zeer ze veranderd is. De staart heeft plaatsgemaakt voor korte stekeltjes, opeens zit er een speen in haar mond en houdt ze een knuffelkonijn vast. Guus heeft daarbij nog de allergrootste lol, geloof ik. Hij staat dan echt in het middelpunt van de aandacht. 

Er zijn ook een tweetal jongetjes die ik echt niet te pruimen vind. Die ken ik nu ook goed van naam. Ik respecteer echter hun privacy en onthoud u de namen. Zij die bedoeld zijn, weten dat heus wel! De rest van de kinderen zijn niet interessant genoeg om veel details van te weten. Soms maak ik wel een praatje met ze. Als ik ze tegenkom in de gang, vragen ze vaak hoe het met me gaat. Ik vertel dan dat alles ok is, dat de kleine wurm naast me mijn broertje Guus is en mijn mama binnenkort een baby krijgt. Voorzover ze dat zelf nog niet hebben gezien natuurlijk. Dan moet ik naar mijn klas toe. Ik geef de juf met of zonder de staart een hand ter begroeting. Daarna zoek ik mijn stoeltje op en vraag mijn moeder nog hoe de juf in kwestie heet. Anders sla ik zo’n modderfiguur als ik haar op een later tijdstip iets moet vragen!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *