Ongelukje

Hoewel ik van nature een rustig jongetje ben, kan ik soms ook als een wilde tekeer gaan. Dan hoor ik mijn moeder weer zeuren dat ik moet oppassen. Anders val ik nog eens een gat in mijn hoofd. Zegt ze. 
Het is zeven uur ’s avonds en ik bereid me voor op het slapen. Op een krukje sta ik voor de wasbak. Met schuim op de mond zing ik het hoogste lied. Daarbij wip ik op en neer op het gammele ding. Mijn moeder ziet het en waarschuwt me.  Verveeld roep ik:” Ja, ik weet het, anders val ik een hoofd in mijn gat.”

 

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *