Oude liefde roest niet

Met mijn mooie blauwe ogen en blond haar lig ik goed in de markt bij de meiden. Bovendien ben ik een goedzak met een hoog aaibaarheidsgehalte. Al op zeer jonge leeftijd tref ik mijn zielenmaatje. F. en ik bezoeken hetzelfde kinderdagverblijf. We dansen samen op muziek en spelen vadertje en moedertje met de poppen. Het doet dan ook pijn als mijn moeder besluit te stoppen met werken. De leidsters vinden het oprecht jammer dat wij als setje uit elkaar worden gehaald.

De moeder van F. heeft een speelgoedwinkel in het dorpscentrum. Mijn moeder maakt bij gelegenheid een praatje met haar. Samen blikken ze terug op onze vriendschap. Dan gaat het over de toekomst. F. blijkt bij dezelfde school ingeschreven te staan als ik. Onze moeders kunnen het niet helpen; ze fantaseren over een mogelijke herkenning, een heropleving van onze diepe emotionele band. Misschien was het alleen maar een kinderlijke bevlieging. De tijd zal het leren, besluiten ze.

Uiteindelijk komen F. en ik in verschillende klassen terecht. Zo af en toe spelen alle kleuters samen op het plein. Het liefdesvuur laait tot dusverre niet opnieuw op. We leven ieder zo ons eigen leven. Aan vrouwelijk schoon echter geen gebrek. Geregeld breng ik leuke meiden mee naar huis. Mijn oude vriendin A. ben ik niet vergeten. Onze moeders komen nog steeds regelmatig bij elkaar op de thee. Guus en zusje L. zijn beste vrienden. Ik vermaak me ook opperbest met mijn tweede keuze.

Dit schooljaar komen F. en ik in dezelfde klas terecht. Halverwege het jaar sta ik met F. naast mijn moeder. Ik wil graag bij haar thuis spelen. Vader B. gniffelt; het gebeurt nu toch echt. Tegen etenstijd staat mijn moeder voor de deur. Ik bedank F. en haar vader voor de fantastische middag. Thuis knutsel ik een boekje voor haar. Daarin schrijf ik een mooi verhaal over onze tijd samen. Ik versier het met veel roze. Mijn moeder is diep ontroerd en maakt een foto van het kunstwerk.

De volgende ochtend wacht ik vol ongeduld. Ik heb mijn liefdesbrief ingepakt in aluminiumfolie. Dat geeft een bling-bling effect. Dan verschijnt F. ten tonele. Ze is in gezelschap van haar broer en vader. Ik voel me echter niet geïntimideerd. Met gepaste trots overhandig ik haar het cadeau. Dan draai ik me om en loop weg om me bij de voetballers te voegen. F. staart me verbouwereerd na. De schoolbel luidt. Haar reactie op mijn teken van genegenheid zal helaas altijd een mysterie blijven.