Tante Betje

Heel lang hebben mijn ouders zich twijfelachtig afgevraagd of ik ooit nog ging praten. Tegenwoordig slaken ze echter een diepe zucht, richten hun blik naar boven en vragen me of ik misschien vijf minuten mijn mond wil houden. Zo ook vandaag. 

Mijn vriendinnetje speelt vandaag bij mij. We eten een boterham samen, spelen spookje en rusten uit op de bank. Onder genot van een (laat zomers) waterijsje. Dan gaan we buiten de beest uithangen; we gooien met zand, maken ruzie om de kruiwagen maar zitten wèl vervolgens gezellig samen in het speelhuisje. Om wederom een (denkbeeldig) ijsje te eten.

Opeens bedenkt mijn moeder zich dat ze de verjaardagskaart van opa Tjerk nog op de bus moet doen. Ook moeten er nog boodschappen gedaan worden. Hoog tijd dus om de jassen te pakken en onze loopfietsjes te verzamelen. In optocht vertrekken we richting supermarkt. Ik ben erg baldadig en sloof me aardig uit om indruk te maken op mijn vriendinnetje. Dat moet ik bekopen met een fikse val op mijn snufferd. Even later is het de beurt aan mijn vriendinnetje. Ze valt hard tegen de grond. Geen bloedspatten maar een kapot fietsmandje tot resultaat. Mijn vriendinnetje is ontroostbaar. Ze huilt weliswaar niet maar is meteen muisstil. Bedroefd kijkt ze naar haar mandje dat nu met nog maar een paar stroken aan elkaar hangt. 

Ikzelf ben helemaal vol van de gebeurtenis. In de supermarkt spreek ik de vakkenvuller aan en vertel hem van het ongeluk. Hij kijkt me een beetje vreemd aan.
Dan blijkt opeens dat het mandje het definitief gaat begeven; de mand hangt met nog maar een enkele strook vast aan de fiets. Mijn vriendinnetje kan niet meer verder fietsen; ze moet èn het mandje èn de fiets vasthouden. Mijn moeder leent bij de caissière even een schaar en knipt de laatste verbinding door. Het leed is nu compleet. Gelukkig heeft mijn moeder een idee; we gaan langs de fietsenmaker. Misschien heeft hij nog een ander mandje hangen. 

Op weg naar huis vertel ik iedere voorbijganger van het drama; de schilders die de kozijnen verven, het Marrokaanse echtpaar dat ons pad kruist en de bloemist op de hoek. De halve straat weet het nu. Ze kijken me allemaal raar aan en beginnen dan te lachen. Hier dus geen enkele feeling met het immense verdriet om het kapotte mandje. Ook de buren vertel ik het verhaal. Dan is mijn moeder het zat; ” Kom, tante Betje, we gaan naar huis, de hele buurt weet het nu dankzij jou.” 

 P.s.: gelukkig hing er een prachtig K3 mandje in de winkel van de fietsenmaker. Hing want inmiddels hangt die aan de fiets van mijn vriendinnetje. Probleem opgelost. Zo vertel ik ook mijn vader als hij ’s avonds naast me neer ploft op de bank.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *