Het mag bekend zijn dat ik een liefhebber ben van het vrouwelijke schoon. Reeds als dreumes trof ik de eerste grote liefde van mijn leven. De plek waar het allemaal gebeurde, was het kinderdagverblijf. De dame in kwestie droeg de prachtige naam F. Even prachtig waren haar mooie blauwe ogen en haar blonde krullerig haar. Stapelgek waren we op elkaar. Geen moment weken we van elkaars zijde. De leidsters maakten er weliswaar grapjes over maar waren vooral heel erg vertederd door deze prille liefde. We waren echt een setje!
Tot mijn moeder in al haar wijsheid besloot te stoppen met werken om fulltime moeder te worden. Een vreselijke beslissing met rampzalige gevolgen; voortaan zou ik thuis zijn met mijn oude moeder. Met pijn in het hart namen F. en ik afscheid van elkaar. Ik heb niet lang getreurd. U kent de uitdrukking niet een hand vol, maar een land vol wellicht. Nu, niks is meer waar dan dat.
Tweemaal per week mocht ik daarna naar de peuterspeelzaal. Het duurde niet lang of ik had mijn zinnen alweer op een andere, leuke jongedame gezet. Ze had net zo’n mooi blond, krullerig haar als F. Ook haar ogen waren hemelsblauw. Ik was op slag weer stapelverliefd. Gelukkig zweefden er ook kleine vlindertjes in haar buik rond. Al snel was ik weer onderdeel van een setje!
Ook die liefde was niet voor eeuwig bedoeld. De kleuterschool wachtte op ons beide. Haar ouders hadden helaas een andere school uitgezocht dan mijn ouders voor mij. Niet getreurd! Inmiddels wist ik uit ervaring dat M. spoedig vervangen zou zijn door een mooie dame die dezelfde school bezoekt als ik. Groot was de verbazing van mijn ouders dan ook dat ik al snel hand in hand met een jongetje uit school kwam lopen. D. is weliswaar ook blond en heeft blauwe ogen. Maar toch….
Tot zo’n twee weken geleden. Met alweer een mooie blonde dame aan mijn arm stap ik naar buiten, het schoolplein op. Iedereen mag het vanaf nu weten, ook mijn ouders en broertjes: ik ben weer verliefd! Deze kanjer heet M. en is een plaatje om te zien: lang bond haar, blauwe ogen, rank en slank. Alle jongens hebben het nakijken; ze hoort bij mij! Ik stap op mijn moeder af en vraag of M. bij ons mag spelen. Ze vindt het prima. Volgens mij is ze gerustgesteld; vriendje D. was een bevlieging. Pim is weer gewoon Pim. Met een blonde stoot aan zijn zijde!