’s Ochtends bij het krieken van de dag, ben ik al paraat. Ik voel me fris en fruitig. Maar meer nog dan dat, ik ben erg energiek. Ik ren rond en spring bij gelegenheid graag ook nog een paar keer van mijn vensterbank af. Mijn buurman, Guus, heeft last van mij. Het liefste slaapt hij tot 7 uur uit. Ik gun hem zijn slaap tot hooguit 6 uur. Dan moet hij toch echt wakker worden en met me spelen. Mijn vader is ook al geen ochtendmens; hij kan mijn gedartel absoluut niet waarderen.
Mijn ouders hebben vele pogingen ondernomen om mij in bed te houden tot het tenminste officieel ochtend is. Zo heeft mijn vader een hekje in de deuropening geïnstalleerd. Ik had echter al vrij snel door hoe het open ging. Ook een beloningssysteem hield mij geen minuut langer onder de lakens. Mijn moeder kocht daarop een slaaptrainer, aapje Momo. Een alleraardigst cadeautje. Tot ik in de gaten kreeg waar de aap voor bedoeld was. Ik heb Momo toen maar gesloopt.
Bas is ook een ochtendmens. Hij slaapt een etage hoger, naast Noor. Die ligt prins(es)heerlijk tot 8 uur ’s ochtends te slapen. De laatste tijd lijkt ze echter last te hebben van haar buurman. Bas slaapt nog in een ledikantje. Hij kan er zelf niet uit; daarom roept hij keihard om mijn ouders. Dan is Noor ook meteen wakker. Zodra ze mijn moeder of vader heeft zien langskomen, wil ze uit haar bed. De rest van de dag is ze moe en huilerig. Daar hebben we allemaal last van.
Nu hebben mijn ouders een geniaal plan bedacht. De vroege vogels op één etage, de langslapers op de andere. Dus verhuist mijn vader het bedje van Guus naar de kamer van Bas. Guus lijkt zeer content met zijn nieuwe kamer. Vooral het frisse, oranjekleurige behang spreekt hem aan. Het ontbreken van vloerbedekking is een minpunt, concludeeert hij. Het bedje van Bas staat aan het eind van de middag in de kamer naast mij. Mijn jongste broertje is ook blij met zijn nieuwe stek.
Op het gangbare tijdstip gaan we die avond naar boven om ons klaar te maken voor het slapengaan. Na het douchen klimt Guus braaf nog een trap hoger. Bas rent op commando naar zijn nieuw kamer. Zichtbaar tevreden sluiten beiden de oogjes en vallen in een diepe slaap. Ik daarentegen lig urenlang te draaien in mijn bed. Met grote vrees denk ik aan de volgende ochtend; die begint nu een halfuur eerder dan normaal. Met dank aan mijn nieuwe buurman.